De mijlpalen van een scheppend werk.

Wapenrustingen, ledenpoppen, goud en zilver

Collignon doet aan ‘herbronning’, zoals het in die tijd heet. Die mondt uit in barok, sensualiteit, onbeschoftheid, overdaad. Oude kwellingen worden opgegraven. Wellicht is dat de voorbode van elk groot werk. De vrouw staat er als belichaming van de liefde, terwijl de man bijna altijd als trekpop wordt voorgesteld. Collignon treedt a.h.w. op als moralist, toont mannen als uitwisselbare, door de Geschiedenis gemanipuleerde ledenpoppen, als droge lichamen en harten; daartegenover idealiseert hij de vrouw, met haar fijngevoeligheid die hij steeds vol tederheid en zinnelijkheid op z’n mooist en liefelijkst schildert.
                                                                                                          W. Lesur, 1984

>>Oeuvres


©Copyright Georges.Colligon 2006 | Designed by Mockä |Created by Performances